|
Opnieuw droppen (1 stoklengte):
- Ingebedde bal op de fairway.
- Bal raakt uitrusting of speler tijdens droppen (opnieuw).
- Bal rolt bij drop twee stoklengten verder weg of dichter bij de hole.
- Bal gehinderd door natuurlijk obstakel.
- Bal gehinderd door vast obstakel.
- Bal in Ground under repair.
- Bal in tijdelijk water.
Terugplaatsen:
- Bal verrolt bij wegnemen natuurlijke hindernis.
- Bal verrolt omdat tegenstander er tegenaan speelt.
- Bal bewogen door outside agency, medecompetitor, tegenstander of uitrusting.
- Bal bewogen bij zoeken.
|
Buy out stroke
- Bal is verloren.
- Bal is buiten de baan.
- Bal ligt onbespeelbaar.
- Bal ligt in een waterhindernis.
- Bal lig in de bunker in tijdelijk water, of konijnenhol en niet mogelijk binnen de bunker te droppen.
- Provisionele bal
Ghost stroke.
- Bal bewogen door speler, partner of caddy.
- Bal beweegt na adresseren.
- Bal beweegt na verwijderen los natuurlijk voorwerp.
- Bal van tegenstander wordt bewogen.
- Bal wordt vaker geraakt.
- Bal valt na 10 sec. in de hole.
Foutief opnemen/droppen.
- Bal oppakken voor controle:
- Zonder te waarschuwen.
- Zonder te markeren.
- Daarbij de bal schoonmaken.
- Of combinatie hiervan.
- Bal oppakken voor identificatie:
- Zonder te waarschuwen.
- Zonder te markeren.
- Daarbij de bal meer schoonmaken dan
- nodig is.
- Of combinatie hiervan.
- Bal oppakken in de bunker of in een waterhindernis.
- Foutief droppen zonder te herstellen.
- Bal op de green oppakken ivm hinderen en dan schoonmaken.
|
- Teveel stokken, twee strafslagen per hole met een maximum van 4 strafslagen.
- Oefenslag (niet swing) tijdens een hole.
- Vragen/geven van advies.
- Onjuiste informatie over aantal slagen zonder dit te herstellen.
- Verbeteren ligging bal of speelruimte.
- Aanraken zand of losse natuurlijke voorwerpen in de bunker.
- Spelen bewegende bal.
- Spelen verkeerde bal.
- Herstellen spikemarks op de green.
- Testen greenoppervlak.
- Tussen de benen door spelen.
- De puttinglijn aanraken/verbeteren.
- Onbewaakte vlaggenstok raken vanaf de green.
- Misslag waarbij speler of uitrusting wordt geraakt.
- Bal droppen i.p.v. plaatsen of andersom.
- Hulp bij het doen van een slag (paraplu).
- Bal van richting veranderd door speler, partner, caddie of uitrusting.
- Bal van richting veranderd door bal op de green bij spelen vanaf de green.
Strokeplay:
- Spelen buiten de afslagplaats of verkeerde afslagplaats.
|
- Afspreken de regels niet te volgen.
- Spelen verkeerde bal zonder herstel.
- Meer dan één caddie.
- Noteren lagere (betere) score.
- Herhaald oponthoud.
- Abnormale uitrusting.
- Spelen vanaf een verkeerder plaats zonder te herstellen (zoals buiten de bunker droppen).
Strokeplay.
- Niet uitholen zonder dit te herstellen.
- Niet buitenspel verklaren boventallige stok.
- Afslaan buiten de slagplaats zonder te herstellen.
- Oefenen op de course op de dag van een wedstrijd.
|