OSI
Het Open Systems Interface (OSI) referentiemodel van de
International Standards Organization (ISO).
Het OSI-referentiemodel is een model waarin de communicatie
tussen verschillende systemen in lagen is gedefinieerd.
Door te definiëren hoe de lagen onderling gegevens uitwisselen kan bijvoorbeeld
één mail programma werken op verschillende soorten netwerken.
De verzameling regels voor de uitwisseling van gegevens met andere lagen heet
een protocol.
Andere referentiemodellen zijn IBM Systems Network
Architecture (SNA) en Digital Network Architecture (DNA).
OSI Lagen
 |
 |
| OSI Model |
Microsoft Implementatie
in componenten. |
File transfer, E-Mail, enzovoorts.
Voorbeelden van applicatie protocollen (waarin ook meestal
presentatielaag en sessielaag):
- Advanced Program to Programm Communication (IBM)
- File Transfer Access and Management (OSI)
- X.400 - E-Mail (CCITT)
- X.500 - Bestand en directory services (CCITT).
- FTP, SNMP, TelNet (TCP/IP).
- Service Management Block's (MicroSoft).
- Netware Core Protocol (NCP) en Client shells (Novell).
- Appletalk, Apple Filing Protocol (Apple).
- Data Access Protocol (DECnet).
In deze sessies is de verbinding een stream.
Encryptie/decryptie, compressie, character-set.
Punt naar punt verbinding tussen applicaties (o.m. security)
Betrouwbare verbinding tussen systemen en verdeling in
pakketten.
Voorbeelden van transport protocollen:
- Transmission Control Protocol (TCP).
- SPX (NWlink MicroSoft).
- NetBIOS (MicroSoft).
- Appletalk Transaction Protocol en Name Binding Protocol.
Verbinding tussen systemen (routing).
Voorbeelden van netwerk protocollen:
- Internet Protocol (IP).
- Internetwork Packet Exhange (IPX , Novell).
- NetBEUI (MicroSoft).
- Datagram Delivery Protocol (DDP, Apple)
Verbinding over één lijn.
Sublagen zijn:
|
LLC (Logical Link Control)
|
Punt naar punt verbinding tussen adapters (geen routing).
|
|
MAC (Media Access Control)
|
Aansturing van de netwerk adapter.
|
De apparatuur zoals netwerkadapters en bekabeling.
|