Proces als religie
Iedere aaneenrijging van stappen kunnen we beschrijven,
illustreren en mogen dat daarna een proces noemen. Wanneer zo’n proces leidt tot het gewenste eindresultaat, is
dat prima, want dan hoeven we over de stappen niet meer na te denken.
Dat niet
meer na hoeven denken moet echter niet doorslaan naar de geloofsovertuiging
dat het proces dan dus altijd efficiënt en effectief tot het gewenste
eindresultaat leiden. Het proces is dan als ritueel onderdeel van de cultuur geworden en de handhaving
staat boven het beoogde doel.
Dat er sprake van een geloofsovertuiging is goed herkenbaar
aan ondermeer:
- Controlevragen worden beschouwd als inmenging, een motie
van wantrouwen, twijfel aan inzet.
- Er wordt veel energie gestoken in het aantonen dat het
proces goed is, en niets of te weinig gedaan om gehoor te geven aan klachten.
Klachten zijn ook geen prikkel meer tot reflectie.
- Tekortkomingen in het proces worden gelegd bij anderen.
De geloofsovertuiging dat een proces blijvend goed is kan zich
vestigen door:
- Routine (we deden het altijd en het is altijd goed gegaan).
- Niet boven de materie staan (het niet kunnen begrijpen en
dus alleen nog maar kunnen terugvallen op wat er ligt).
Ter illustratie het verhaaltje:
Maar doet ie het straks dan ook
weer?
Doorbreken
Wanneer klantbeleving en beleving van de handhavers van de
processen uiteenlopen, ligt er een culturele uitdaging.
Routine is meestal, na initiële strubbelingen, goed te
doorbreken, maar het niet boven de materie staan vereist vaak
ingrijpender maatregelen.Thema's die daarbij een rol spelen zijn:
- Verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen.
- Deskundigheidspositie kunnen en willen nemen.
- Professionaliteit kunnen en willen nastreven waarbij reflectie boven
handhaving van processen staat (content over form).
- Management hierin coachen: Vertrouwen behouden is
belangrijker dan fouten maken. Om vertrouwen te houden/winnen na het maken van fouten vanuit
een dienstbare positie is nodig dat:
- Fouten worden toegegeven in lijn met de beleving van de
opdrachtgever met marges die daarin gegund zijn.
- Er een plan ligt om die fouten te herstellen waaruit de
opdrachtgever kan afleiden dat zijn klacht/vraag gehoord is.
- Fouten maken mag.
|