| Starten
|
Een driver moet
gestart en geïnitialiseerd worden. Bij het starten van Windows worden
volgordelijk alle drivers gestart.
|
| Stoppen
|
Een driver kan
gestopt worden. Dit is soms nodig om een andere driver te installeren.
|
| Configureren
|
Een driver kan
geconfigureerd worden. Voor een netwerkkaart kan bijvoorbeeld worden
opgegeven met welke snelheid er gewerkt moet worden (10 of 100 Mbit).
|
| Lezen (Read)
|
Via een driver kun je
iets lezen (bijvoorbeeld een document van een diskette).
|
| Schrijven (Write)
|
Via een driver kun
je vaak ook schrijven (bijvoorbeeld een document naar een diskette).
|
| Zoeken (seek) |
Via de driver kan
worden gezocht naar bijvoorbeeld een bestand op een harde schijf.
|
| Status
opvragen |
Via de driver kan
worden opgevraagd wat de status van het apparaat is (misschien wel stuk).
|