Bus, Tram en Trein
Bus
|
-
Binnen de bebouwde kom heeft een bus, die bij een bushalte
richting aangeeft, voorrang.
Let bij het examen op of het knipperlicht aan is.
Dit geldt ook voor een touringcar!
-
Buiten de bebouwde kom geldt dat niet.
|
|
Bushalte
|
Tram
 |
|
- Op gelijkwaardige wegen hebben trams
van links ook voorrang. Ook wanneer de tram daarbij afbuigt.
- Een tram mag rechts worden ingehaald.
|
|
Tram
|
Tramhalte
|
Passagiers
Passagiers die bus of tram verlaten, terwijl u er rechts langs
rijdt,
hebben voorrang wanneer er geen vluchtheuvel is.
Trein
 |
 |
 |
 |
| Bewaakte spoorwegovergang (met spoorbomen) |
Onbewaakte spoorwegovergang (zonder
spoorbomen) |
Onbewaakte spoorwegovergang
met één spoor. |
Onbewaakte spoorwegovergang
met twee of meer sporen. |
- Op het onderbord wordt met strepen de afstand aangegeven.
Elke streep staat voor 80 meter.
[ Vorige ] [ Volgende ]
|