De COVID-19 pandemie maakte zichtbaar dat de informatievoorziening voor infectieziektebestrijding niet voldeed. Systemen sloten onvoldoende op elkaar aan, opschaling was beperkt en processen waren te afhankelijk van handwerk. Dat leidde tot vertraging en beperkte stuurinformatie op momenten dat snelheid en betrouwbaarheid cruciaal zijn.
Pandemische paraatheid gaat daarom over het structureel op orde brengen van deze basis. Niet alleen technisch, maar juist ook organisatorisch: heldere regie, samenhang in processen en systemen die onder druk blijven functioneren.
De afgelopen bijna twee jaar heb ik als programmamanager van het programma PPIV het programma op de rails gebracht en gehouden. In een context zonder structurele financiering en met onduidelijkheid over governance en uitvoering. Daarbij is toegewerkt naar een beheersbare en overdraagbare situatie.
Tegelijk is richting gegeven aan noodzakelijke keuzes in architectuur, scope en samenwerking. Daarbij is geanticipeerd op het advies van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT), dat later bevestigde waar de kernproblemen lagen: ontbreken van structurele financiering, geen duidelijke beheerorganisatie en onvoldoende uitgewerkte randvoorwaarden.
Pandemische paraatheid vraagt om samenhang en bestuurlijke keuzes. Zonder dat blijft het bij tijdelijke oplossingen die bij een volgende crisis opnieuw onder druk komen te staan.